Onherroepelijk kom je tijdens de looptocht van Rotterdam naar Den Haag jezelf tegen, schrijft columnist Lidy Nicolasen.
"Toen de zon opging, begon het druilerig te regenen. Jammer. Ik had me 25 kilometer lang afgevraagd hoe de ochtend zich zou aandienen. De nacht was helder geweest. Niet dat we elkaar zagen bij het licht van de maan of de sterren. Nederland baadt 's nachts in een walhalla van kunstlicht, ook langs de route die de Rotterdamse Wandelvereniging had uitgestippeld voor de Nacht van de Vluchteling. De meegebrachte fietslichtjes waren zelden nodig.
Op zo'n nacht blijkt er verbazingwekkend veel mooie natuur te zijn in de rafelranden van het zo verstedelijkte gebied tussen Rotterdam en Den Haag. Je kunt de snelweg links van je horen ontwaken en rechts van je overstemd worden door ijverig broedende vogels. De ganzen gakken verontwaardigd en agressief als je hun pad per ongeluk kruist, terwijl de meeuw rustig op het water blijft dobberen en geen aanstalten maakt zijn of haar kop uit de veren te trekken.
Op dat moment, dus als de druilerige regen het woestijnzand van de auto's spoelt en de plotseling opgestoken wind je in je rug vooruit blaast, heb je alle stadia van diepe vertwijfeling al gepasseerd. Ik doel op de onvermijdelijke existentiële vragen die rondtollen in je hoofd: voor wie doe ik dit helemaal? Hoe sadistisch zijn je sponsors voor deze helletocht eigenlijk?"